Mes in mijn rug! 

Kan iemand even dat mes uit mijn rug en uit die van mijn collega’s halen? 

De afgelopen jaren heb ik de investeringen in de zorg minder en minder zien worden. De VVD met meneer Rutte probeerden de economie te redden en daar werden vele verpleeg en verzorgingshuizen de dupe van. Het waren keuzes die ze heel goed konden verwoorden en die misschien best begrijpelijk waren als je ze van verschillende kanten belicht. 

Maar dan nu in verkiezingsstrijd zeggen dat RESPECTVOLLE EN LIEFDEVOLLE verzorging in Nederland NORMAAL moet zijn? Uitspraken die meneer Rutte zegt terwijl hij leuk lachend op zijn hurken naast oude medemensen in een rolstoel zit. 

Waar was je de afgelopen jaren toen we vanuit de zorg onze zorgen uitten en de noodklok luiden? Had je toen je gezicht niet moeten laten zien en kijken of er mogelijkheden waren het niet zover te laten komen? 

2 miljard beloof je in de zorg te steken? Wat ga je daarmee oplossen? Personeel is weg. Ontslagen vanwege bezuinigingen of weg gerend omdat ze het niet meer aankonden iedere dag te moeten zien dat je niet kan doen wat je voor iemand wilt of zou moeten kunnen doen. 

De tranen staan in mijn ogen. Het werk in verpleeghuizen is zo verschrikkelijk mooi en dankbaar maar zo stuk gemaakt vanwege regels en bezuinigen. 

Dus de uitspraken die nu in verkiezingsstrijd worden gedaan voelen echt als een mes in mijn rug! En ik weet zeker dat er heel veel met mij dit zo ervaren! 

Dit doet PIJN!! 😢

(Zie hieronder de tekst van de VVD)

vvd.nl/ouderenzorg

Hart voor de zorg

Vandaag geniet ik van mijn vrije dag. Heb veel gewerkt de laatste tijd en mijn diensten waren op allerlei vlakken hectisch. Dus ik ben moe en mag even een week bijkomen. Ga je nog wat leuks doen?,vroegen mijn collega’s. Eh ja op de bank hangen en een boek lezen, was mijn antwoord. Dat zegt wel iets over de mate van vermoeidheid. 

3 jaar geleden stapte ik de zorg weer binnen na een aantal jaar afwezigheid. Deze afwezigheid was geen vrijwillige keuze dus mijn hart maakte een sprongetje toen ik de kans kreeg terug te keren als verpleegkundige. Hoewel het soms heel zwaar kan zijn is dit het mooiste beroep wat ik kan bedenken. 

In plaats van met een boek op de bank hang ik vandaag voor de tv. En zie een aflevering van “Bezieling in de zorg” met daarin een oud-verpleegkundige van 76 die een dag terug de werkvloer op gaat. De verpleegkundige waar ze die dag bij meeloopt hoor ik zeggen: “Je moet, als verpleegkundige, af en toe het lef hebben om tijd te besteden aan de patiënt en de pieper en de administratie even te laten voor wat het is.” 

Oh wat slaat ze hiermee voor mij de spijker op zijn kop. Want ja lef moet je zeker hebben in deze tijd als je de tijd die je hebt aan de patiënt, cliënt of bewoner besteedt. Want er zijn zoveel door de overheid opgelegde regels dat er vaak niet meer gekeken wordt hoe lief, oplettend en zorgzaam je bent maar of de mappen in orde zijn. Gelukkig voor mij heb ik daar in mijn huidige functie niet veel verantwoordelijkheid meer voor maar zie collega’s strubbelen want het is nogal wat om binnen de tijd die een dienst heeft zowel de bewoners goed en liefdevol te verzorgen als ook nog te voldoen aan de administratieve eisen. En oh ja vergeet de pieper of telefoon niet die ook nog de hele dag door gaat. 

De oud-verpleegkundige laat zien dat het contact met de patiënt voor haar het belangrijkst is en toont waarom zij ooit in dit beroep is gaan werken. De liefde voor mensen welke het hart voor de zorg moet zijn. Persoonlijke aandacht welke ervoor zorgt dat de patiënt zich geliefd en mens voelt. 

En dat is de manier waarop ik het wil doen. Als ik naar de reacties kijk van cliënten en bewoners dan denk ik dat ik het best goed doe. In ieder geval doe ik mijn werk echt met liefde. En wat fijn is dat ik heel veel collega’s om me heen heb die dat ook doen. En dat er veel tijd wordt besteed aan aandacht, vrolijkheid en soms zelfs knuffels voor de cliënt. En met die mappen? Gelukkig mogen we elkaar daarbij helpen. En als ik daaraan denk, voel ik me gelijk minder moe. Nog een paar dagen en dan mag ik weer! 

De link naar de aflevering van “Bezieling in de zorg” plaats ik hieronder omdat het mooi is te om te zien dat ondanks alle veranderingen in de zorg het hart voor de zorg nog steeds het allerbelangrijkste is. 

http://www.npo.nl/bezieling-in-de-zorg/01-09-2015/RKK_1673044
  

Alarmknop

Het is 7.25 uur, mijn dienst zit er bijna op als de telefoon gaat. De centralist vertelt me dat er een door een mevrouw op de alarmknop is gedrukt. Er wordt niets gehoord via de spreek/luisterverbinding en ook neemt mevrouw de telefoon niet op. 

Direct weet ik dat ik nog niet naar huis kan en zoek het adres en de sleutelregeling op in het systeem en ga op weg. 

Terwijl ik aan het rijden ben denk ik na over wat er aan de hand zou kunnen zijn. Zo’n alarmknop is er voor als iemand in nood is. Het hangt aan een ketting om iemands hals of als armband om de pols. De persoon die alarmeert kan bijvoorbeeld gevallen zijn of medische hulp nodig hebben. Soms is het loos alarm omdat iemand perongeluk op de alarmknop is gaan liggen en dan schrikt de bewoner enorm als wij ineens in huis staan. 

Inmiddels ben ik aangekomen bij een verzorgingshuis waar de sleutel van mevrouw in de kluis hangt. Kleur en nummer van het label staan in het systeem. En zoeken maar…. Helaas de sleutel vind ik niet. Medewerkers van de dagdienst zoeken met me mee maar ook zij zien de sleutel niet in deze kluis hangen. 

Waarschijnlijk heeft de medewerker, die deze ochtend deze mevrouw op haar planning heeft staan, de sleutel al opgehaald. Na wat heen en weer bellen staan de betreffende medewerker en ik om 8 uur bij mevrouw op de stoep. 

Met de sleutel open ik de voordeur, druk op de deurbel en roep: “Goedemorgen!”. Ik krijg geen reactie. Al roepend loop ik verder het huisje in. Wat zal ik deze keer aantreffen? In de slaapkamer vind ik mevrouw, ze ligt in haar bed.  De alarmknop zie ik met een ketting aan haar rollator hangen. Perongeluk de alarmknop ingedrukt hebben is hierdoor uitgesloten. Maar wat is er dan aan de hand? 

“Goedemorgen mevrouw, u heeft de alarmknop ingedrukt?” “Oh ja goedemorgen, dat klopt.” “Wat is er aan de hand?”, vraag ik. 

Haar antwoord: “Ik wil graag mijn steunkousen aan”.

Verbouwereerd staar ik haar aan. Een foto is niet nodig om een indruk te geven van mijn gezichtsuitdrukking want daar kun je vast naar raden. 

Ook dit is mijn werk! 

  

Bedankt voor het lachen

Het is 23.15 uur, mijn dienst is net begonnen en de telefoon gaat. De alarmcentrale vertelt me dat mw De Graaf heeft gebeld omdat het uitkleden haar niet lukt. Ik herken haar naam en adres vanuit de overdracht. Mijn collega is er vanmorgen nog geweest omdat mevrouw was gevallen. 

Ik pak mijn spullen bij elkaar en stap in de auto. 25 minuten later arriveer ik in de straat. En dan is het zoeken naar het juiste huisnummer. Zo’n moment waarop ik me altijd afvraag waarom het niet verplicht is dat huisnummering vanaf de straat goed zichtbaar moet zijn. Uiteindelijk snap ik de nummering en vind ik het juiste huis. Mevrouw zag me blijkbaar al aankomen want ze heeft de deur open gezet. Wat een vertrouwen! 

Binnen tref ik mw De Graaf in de woonkamer. Het is duidelijk dat de val van vanmorgen voor veel spierpijn heeft gezorgd en dan is het ook lastig om broek, kousen en schoenen uit te krijgen. 

Mevrouw voelt zich bezwaard dat ze me moest bellen. Het huilen staat haar nader dan het lachen. Ze verontschuldigd zich meerdere malen. Al vertel ik haar dat ik haar graag help en dat het mijn werk is, mevrouw blijft het allemaal heel vervelend vinden. 

Het valt me op dat ze met haar hand voor haar mond praat en als ik hier iets over zeg krijg ik het antwoord dat ze haar tanden niet in heeft. Ik lach naar haar en vertel haar dat ik alleen maar nachtdiensten doe en dat kunstgebitten mij altijd vanachter het glas gedag zeggen. Mevrouw kijkt me aan en begint te lachen. Eindelijk de spanning doorbroken. Je weet het mooi te vertellen, zegt ze. 

Terwijl ik mevrouw met haar kleding help vraag ik haar naar haar leeftijd. 86 jaar is ze, vertelt ze vol trots. Wat een leeftijd he meisje? Ik antwoord dat ik nog niet eens op de helft zit. Waarop ze zegt, ach voor je het weet ben je 80 hoor, geniet er maar van. 

De televisie moet nog uit maar ze weet niet hoe dat moet. Terwijl ik zoek naar de afstandsbediening vertelt mevrouw: “Ik heb hem net nieuw. Belachelijk toch? Waarom zou je op mijn leeftijd nog zoveel geld uitgeven? Maar ja die andere deed het niet meer dus mijn kinderen vonden dat ik een nieuwe moest kopen. Zo blijft er weinig erfenis voor ze over als ik dood ga.”

Ach maar mevrouw dan is misschien wel minder geld maar dan hebben uw kinderen wel een hele mooie televisie, hoor ik mezelf eruit flappen. Even is het stil maar dan hoor ik vanuit haar bed een schaterlach. Hahahahahahaha, oh meisje dank voor je hulp maar nog meer bedankt voor het lachen. Zo is deze dag toch nog zonnig geëindigd. 

Lachend sluit ik de deur van haar huisje en loop ik terug naar mijn auto. Wat een heerlijk begin van mijn dienst. 

  

Beelden 

Het is 1.30 uur als mijn alarmeringstelefoon gaat. Aan de andere kant van de lijn vertelt de centralist mij dat een man van 85 in een naburig dorp heeft gealarmeerd. Hij heeft haar verteld, via de spreek/luisterverbinding, dat hij heel erg benauwd is en hulp nodig heeft.  

Ik noteer het adres, check deze op de alarmeringslijst en stap, nadat ik mijn collega heb verteld dat ik op pad ben, in mijn auto. De navigatie laat me zien dat het 25 minuten rijden is. Dat is best nog een eindje. De centralist van de alarmcentrale vertelde mij dat meneer niet heel erg benauwd klonk dus ga ik er van uit dat het niet nodig is om op dit moment andere hulp in te schakelen en dat ik die tijd heb om er rustig heen te rijden. 

Onderweg bedenk ik de verschillende scenario’s die ik straks kan aantreffen. Meer voorbereiding dan dat is helaas niet mogelijk. Ik ben niet eerder bij deze cliënt geweest en ken zijn naam ook niet vanuit de rapportages. 

Na even zoeken kom ik aan bij een klein oud boerderijtje. Het is er donker maar binnen brand er gelukkig wel licht. Via een zijdeurtje die veel weg heeft van een staldeur kan ik de woning binnen.  Ik open de deur en roep: “Goedenacht, ik ben de verpleegkundige. Waar kan ik u vinden?”

Enigszins verbaasd komt meneer naar me toe lopen. Geheel aangekleed, alsof hij zo op stap gaat. Meneer komt helemaal niet benauwd op mij over dus zal er iets anders aan de hand zijn.  Ik loop met hem mee naar een kleine woonkamer, waar de tijd al 50 jaar stil lijkt te staan. Bijzondere plek zo midden in de nacht. Waan me in een klein museum. 

Meneer vertelt, op mijn vraag waarom hij heeft gebeld, met dat hij benauwd was maar nu niet meer hoor. Maar ja hij was wel heel erg verkouden. Ook daar zie ik geen tekenen van. De man maakt een eenzame indruk en lijkt heel erg blij met mijn bezoek. 

In de map lees ik dat meneer de laatste tijd vaak in de war is. Hij woont alleen, weinig familie en de boerderij ligt afgelegen dus hulp van buren is er ook niet. De eenzaamheid die ik zie bij meneer snap ik dus wel. 

En dan zegt meneer ineens dat er allemaal beelden zijn in zijn kamer. Beelden?, vraag ik. Ja zegt hij beelden je weet toch wel wat dat zijn? Hij vertelt dat er ook een zit bij mij achter op de leuning van de stoel waarop ik zit. Ik kijk om en besef dat meneer beelden ziet die ik niet zie. 

Wat zijn het voor beelden?, vraag ik hem. Mensen, zegt hij, ze praten niet maar veranderen wel eens van kleur. Die mensen zijn in zijn hele huis vertelt hij mij. Ik vertel hem dat ik het niet zie maar dat ik begrijp wat hij bedoelt. De mensen komen telkens weer terug volgens meneer. Ik vraag hem of hij er bang van is. Dat gelukkig niet antwoordt hij mij. 

Jeetje dat deze man hier alleen moet wonen. Lichamelijk is hij voor zijn leeftijd nog fit maar mentaal eigenlijk niet meer in staat voor zichzelf te zorgen. Maar ja meer dan er nu heel even te zijn kan ik niet voor hem doen helaas. 

Ik rapporteer nog in de map wat de reden was voor mijn bezoek en geef meneer als advies naar bed toe te gaan. Hij gaapt en zegt dat te doen maar of dat echt zo is dat weet ik niet. Ik moet verder naar volgende cliënt en zal hem toch echt weer alleen moeten laten. 

Ik zeg meneer gedag en wens hem een goede nachtrust. Door de zijdeur ga ik weer naar buiten en als ik het deurtje dichtdoe achter me sta ik in het donker. Ik knip mijn zaklampje aan en meer dan waar de lichtbundel komt zie ik niet. Meneer zag mensen in zijn huis…. 

Hm ineens hoop ik toch heel erg dat dat inderdaad waanbeelden waren want zo in het donker op het erf voel ik mij niet echt veilig. Ik kijk om me heen maar zie niets dan donker. Ben blij als ik bij mijn auto ben, stap snel in. En dan moet ik om mezelf lachen. Herstel me en rijd naar de volgende cliënt. Weer een ervaring rijker.  
   
 

Gefeliciteerd 

6 uur in de ochtend, het moment waarop het altijd druk is op de afdeling. Sommige bewoners zijn al wakker, lopen rond of proberen zich aan te kleden. Anderen worden door ons wakker gemaakt voor medicijnen of om naar het toilet te gaan. 

Zo ook mevrouw van Laar. Mijn collega vraagt mij om haar even naar het toilet te begeleiden. Een uitdaging want mevrouw wil meestal niet met me mee. Ik moet altijd al mijn talenten en overtuigingskracht uit de kast trekken om haar uit bed te laten komen. 

Maar deze ochtend verloopt dat anders. Ik loop de kamer binnen en knip een lichtje aan. Mevrouw van Laar doet haar ogen open, kijkt naar me en gaat met enige moeite vrijwel direct op de rand van haar bed zitten. Och kind ben je daar al, zegt ze. Wat kom je doen? Ik antwoord met, goedemorgen heb je lekker geslapen? Ze verstaat me niet. Wat zeg je? 

Ik buig me voorover want mevrouw is behoorlijk doof en roep in haar oor. Goedemorgen! Hierop slaat ze haar armen om mijn nek, geeft me een klapzoen op mijn wang en zegt: Kind van harte gefeliciteerd! Wat fijn dat je er bent. Ik lach, bedank haar en meld dat ik niet wist dat ik jarig was. 

Ach nee jij niet! Hij is jarig, wijzend op haar man naast haar in bed. Aha nou u ook gefeliciteerd dan en ik krijg nogmaals een omhelzing en een kus. Mijn dag kan niet meer stuk, zeg ik. 

Ik pak mevrouw bij de hand en ze loopt met me mee naar het toilet. Halverwege stopt ze, kijkt me nog eens goed aan. Fijn dat je er bent hoor kind maar eh wie ben je eigenlijk? Ik vertel haar dat ik de nachtzuster ben en dat het niet erg is dat ze dat niet wist. Ze haalt haar hand langs mijn wang en lacht. 

Mevrouw van Laar vertelt honderduit over de verjaardag die gevierd wordt en dat het zo fijn is dat de kinderen komen helpen. Want ja het is toch best veel werk zo’n feestje. Wie er nu eigenlijk jarig is vandaag dat kan ze me niet vertellen, maar dat ze er heel erg vrolijk van wordt is me duidelijk. 

Omdat het nog vroeg is help ik mevrouw nog even in bed. Ga nog maar even slapen zeg ik tegen haar. Ze komt weer overeind. Het brood moet er nog uit! Ach weet je dat doe ik wel even, dan kun je nog lekker even blijven liggen. Mevrouw geeft me nog een stevige knuffel en zegt: Ik weet wel niet wie je bent maar fijn dat je zo vroeg kon komen. 

Ik vervolg mijn weg op de afdeling, laatste uurtje van mijn dienst, met een glimlach van oor tot oor. 

Contact voor heel even 

Daar zit ze dan, aan tafel bij het raam. Ogenschijnlijk niets aan de hand. Ziet er fit uit voor haar 70 jaar. In haar kamer is het gezellig gemaakt met foto’s van kinderen en kleinkinderen. Tegen de wand staat een antieke klok. 

Onder haar handen ligt een krant. Ze strijkt het glad en verfrommelt de voorste pagina. Dit verraadt haar achteruitgang. Deze zo fit uitziende dame heeft een vorm van dementie. Steeds minder begrijpt ze van de dingen om haar heen. Herkent familie niet meer en weet veel handelingen niet meer uit te voeren. 

Als de verzorgende haar wil helpen met douchen en aankleden begrijpt ze vaak niet het hoe en waarom. De uitleg zegt haar niets meer. Werkt daardoor vaak tegen en zegt dat ze het niet wil. Het is een uitdaging voor de verzorgende om het toch voor elkaar te krijgen dat mevrouw weer netjes in de kleren zit. 

Dementie wat een vreselijke iets is dat toch. Niet meer weten wie de mensen om je heen zijn, niet snappen wat ze van je willen, ook niet als ze het beste met je voor hebben.Argwanend kijken naar wie er nu weer je kamer in komt lopen en je naam kent. 

Ik kom tegen de ochtend bij mevrouw langs om te controleren of mevrouw verzorging nodig heeft. Zoals altijd houdt ze haar dekbed stevig vast. Ik buig me voorover, mijn haar valt voor mijn ogen. Ze lacht en strijkt de lokken uit mijn gezicht. We hebben echt contact voor heel even. Wat een mooi moment. 

En met tegelijk een glimlach en tranen in mijn ogen loop ik zwaaiend haar kamer uit. “Dag hoor!”, zegt ze en zwaait terug.