Schaakmat

Hij brengt zijn dagen vooral zittend op bed door. Af en toe gaat hij eens met zijn rolstoel op stap maar is dan afhankelijk van vrienden die met hem mee naar buiten gaan. Op de vensterbank in zijn kamer staat een schaakbord, de schaakstukken netjes in het doosje.

Online speelt hij meerder spellen tegelijk tegen mensen over de hele wereld, daarmee vult hij zijn dagen. Zijn wereld die tussen de muren van de kamer in het verpleeghuis is wordt door het schaakspel op internet minder klein.

Bij het zien van het schaakbord in de vensterbank gaat het bij mij kriebelen. Tot mijn 16e was ik lid bij een schaakclub en deed regelmatig mee aan wedstrijden. Ook kreeg ik trainingen van de schaakbond. De pubertijd zorgde ervoor dat ik niet meer zo serieus achter het bord zat maar als ik een schaakspel zie komt het allemaal weer terug.

Ik besluit het hem te vertellen en een leuk gesprek over schaken, verschillende openingen en natuurlijk schaakdiploma’s volgde. Ik beloof hem dat als ik een rustige dienst heb, we een potje tegen elkaar zullen schaken. Een stralend gezicht is de reactie op die belofte.

Op een middag is het zover, het schaakbord pak ik uit de vensterbank, de stukken worden zorgvuldig uit de doos gehaald. Hij houdt twee stukken in zijn gesloten handen. Ik kies links, zwart. Hij is blij met wit, had al over de opening nagedacht. Ik na jaren niet schaken nog helemaal niet.

Hij opent met d4 en dat was niet waarop ik had gehoopt maar dat laat ik uiteraard niet merken. Het gaat me goed af tot ver in het middenspel. Ik sta voor, hij krijgt het steeds warmer. Zijn trui gaat uit, een waaier komt tevoorschijn. En dan maak ik een fout. Zoals me vroeger weleens gezegd werd, het eindspel is niet mijn sterke punt. Dat blijkt nog steeds te kloppen.

Hij maakt er dankbaar gebruik van en ruim een half uur later sta ik schaakmat. Er was niks meer tegen te beginnen. Hij straalt, juicht, stuitert nog net niet zijn bed uit. En ik? Ik straal ook want ik heb weer iemand een lach op zijn gezicht bezorgd. Natuurlijk had ik willen winnen maar zijn reactie is goud waard.

Ik haal koffie voor ons allebei want die hebben we wel verdiend.

Een grote glimlach

Dagdienst, het is druk in het verpleeghuis waar ik als daghoofd werk. Ik loop snel een rondje over de afdelingen om te kijken waar mijn hulp het hardste nodig is. Moeilijke keuze maar ja ik kan me niet in vieren delen. Ik neem een besluit en loop een kamer op met twee heren.

Eerst help ik meneer op het eerste bed met wassen en aankleden. Zodra hij richting het ontbijt is open ik het gordijn naar het tweede bed. Goedemorgen meneer, heeft u lekker geslapen? Het antwoord is volmondig ja maar daarna begint hij te huilen. Hij vertelt dat hij hier niet wil zijn maar dat er gezegd is dat hij niet meer in zijn eigen huis kan wonen.

Ik begrijp dat hij zo verdrietig is want ziek zijn en dan ook nog eens volledig afhankelijk zijn van telkens weer een andere verzorgende is natuurlijk ook niet wat je voor ogen hebt in het leven. Ik pak even zijn hand en vraag of ik hem mag helpen aankleden en beloof hem te proberen zijn dag ietsje leuker te maken. Ietwat argwanend stemt hij toe.

Even later zit hij aangekleed in zijn rolstoel. Ik pak scheerzeep en een mesje en haal de minstens 4 dagen baard eraf. Ik vraag hem te voelen of ik alles heb gehad en op zijn aanwijzingen zorg ik ervoor dat hij er weer goed verzorgd uitziet. Er komt steeds meer een glimlach op zijn gezicht.

Dan als alles klaar is geef ik hem een hand en wens ik hem een fijne dag. Hierop zegt hij: “Een hand? Ik wil er twee zoenen bij!” Hij kijkt er ondeugend bij. Ik pak hem bij beide schouders vast en geef op zowel zijn linker als zijn rechter wang een zoen. Dat had hij zichtbaar niet verwacht en hij straalde van zijn ene naar zijn andere oor.

Vijf minuten later zie ik hem aan de ontbijttafel zitten. Hij zwaait en zegt: “Dag mooie dame.” Ik zwaai lachend terug.

Twee uur later kom ik hem weer tegen. Hij weet al niet meer wie ik ben maar de lach op zijn gezicht is nog steeds aanwezig. Ik had hem beloofd zijn dag wat leuker te maken. Het is gelukt.

Nachtkus 

Ankie woont net een paar weken bij ons op de afdeling. Vanwege dementie was zelfstandig wonen niet meer mogelijk. Ze voelt zich vaak wat verloren want al gaan veel handelingen niet meer, bij vlagen is ze heel helder en herkent ze iedereen om haar heen. 

Ankie weet dat ze niet meer thuis kan wonen en daarom bij ons is maar leuk vindt ze dat uiteraard niet. Humor kan ze waarderen dus maak ik haar met flauwe grapjes altijd aan het lachen. Ik dans met haar in de rolstoel door de kamer, doe haar haar door de war en vertel over blunders die ik heb gemaakt. Ze schatert het dan uit. 

Je bent lief, zegt ze dan. Ik antwoord altijd met: “Dat weet ik, ik ben altijd lief” Wat haar dan direct weer een lach van oor tot oor bezorgd. En af en toe droog ik haar tranen en sla ik even mijn arm om haar schouder als afleiding niet helpt. 

Vanavond bracht ik Ankie naar kamer en hielp ik haar naar bed. Ze vertelde dat haar vriendinnen langs waren geweest en dat ze het zo erg vindt niet meer zelf naar hen toe te kunnen gaan. Maar ze was wel heel dankbaar dat ze zo vaak bij haar langs komen. Ik kom hier nooit meer weg he?, vraagt ze. Nee lieverd, je woont nu bij ons en we zorgen zo goed mogelijk voor je. Dat weet ik wel hoor, is haar antwoord. 

Ik dek haar toe en veeg haar haar uit haar gezicht. Lig je lekker Ankie? Ja zo lekker lig ik bijna nooit. Wil je nog een nachtkus? Oh ja heel graag, zegt ze blij. Ik kus haar op haar wang en ik krijg een grote klapzoen op mijn wang terug. 

Wat ben je toch lief, zegt ze. Ik heb altijd al op iemand zoals jij gewacht, fijn dat ik je ontmoet heb. 

Welterusten lieve Ankie en met een brok in mijn keel loop ik haar kamer uit. 

Weet u waar mijn auto staat?

Nachtdienst, ik ben benieuwd wat deze nacht weer gaat brengen. Samen met mijn collega maak ik eerst een kop koffie voor we de eerste ronde gaan lopen om te kijken of alle bewoners in bed liggen en of alles veilig is voor de nacht. Op de camerabeelden zie ik een bewoner op de gang lopen op de eerste etage. Mijn koffie laat ik staan en loop naar beneden. Daar loopt Jannie. 
Voorzichtig schuifelt ze door de gang. Haar gestreepte pyamabroek wat afgezakt, pyamajasje achterstevoren. Mevrouw, roept ze, weet u waar mijn auto staat? Ik moet naar huis. Ik antwoord dat ik dat niet weet maar dat ze hier mag blijven slapen vannacht. Ze luistert al niet meer en loopt verder door de gang. Mama waar ben?, roept ze. 
Ik ga naast haar lopen en pak voorzichtig haar hand. Ze kijkt me aan, glimlacht en houdt mijn hand stevig vast. Kom maar met mij mee Jannie. Weet jij dan waar mama is?, vraagt ze. Ik glimlach naar haar en zeg dat het tijd is om te gaan slapen. Ze loopt met me mee naar haar kamer. Mag ik hier slapen?, vraagt ze me terwijl ze me onzeker aankijkt. Ja Jannie dit bed is speciaal voor jou. Ik nodig haar uit om op het bed te komen zitten. 

Ik vertel haar dat haar pyjama niet helemaal goed zit en vraag of ik haar daarmee mag helpen. Dat kan jij goed he mama?, merkt ze op. Ik ben geroerd door haar opmerking. Ze zocht mama en ineens doordat ik haar help haar pyjama goed aan te trekken, ziet ze haar moeder in mij. Ik pak haar handen terwijl ik op mijn hurken voor haar zit. Ja ik zorg goed voor je lieverd en nu is het tijd om te gaan slapen. Ik help haar in bed en dek haar toe. Haar handen ineens op mijn wangen en ik krijg spontaan een kus. 

Ga maar lekker slapen zeg ik. Ik ga koffie drinken en dan kom ik straks nog even kijken of je slaapt. Koffie?, vraagt ze enigszins bezorgd. Zo laat nog koffie drinken is niet goed dan slaap je niet hoor. Dat is waar zeg ik dan maak ik wel warme melk. Dat is verstandig kind welterusten, hoor ik vanuit het bed. 

Slaap lekker Jannie. 

#dementie 

Mes in mijn rug! 

Kan iemand even dat mes uit mijn rug en uit die van mijn collega’s halen? 

De afgelopen jaren heb ik de investeringen in de zorg minder en minder zien worden. De VVD met meneer Rutte probeerden de economie te redden en daar werden vele verpleeg en verzorgingshuizen de dupe van. Het waren keuzes die ze heel goed konden verwoorden en die misschien best begrijpelijk waren als je ze van verschillende kanten belicht. 

Maar dan nu in verkiezingsstrijd zeggen dat RESPECTVOLLE EN LIEFDEVOLLE verzorging in Nederland NORMAAL moet zijn? Uitspraken die meneer Rutte zegt terwijl hij leuk lachend op zijn hurken naast oude medemensen in een rolstoel zit. 

Waar was je de afgelopen jaren toen we vanuit de zorg onze zorgen uitten en de noodklok luiden? Had je toen je gezicht niet moeten laten zien en kijken of er mogelijkheden waren het niet zover te laten komen? 

2 miljard beloof je in de zorg te steken? Wat ga je daarmee oplossen? Personeel is weg. Ontslagen vanwege bezuinigingen of weg gerend omdat ze het niet meer aankonden iedere dag te moeten zien dat je niet kan doen wat je voor iemand wilt of zou moeten kunnen doen. 

De tranen staan in mijn ogen. Het werk in verpleeghuizen is zo verschrikkelijk mooi en dankbaar maar zo stuk gemaakt vanwege regels en bezuinigen. 

Dus de uitspraken die nu in verkiezingsstrijd worden gedaan voelen echt als een mes in mijn rug! En ik weet zeker dat er heel veel met mij dit zo ervaren! 

Dit doet PIJN!! 😢

(Zie hieronder de tekst van de VVD)

vvd.nl/ouderenzorg

Hart voor de zorg

Vandaag geniet ik van mijn vrije dag. Heb veel gewerkt de laatste tijd en mijn diensten waren op allerlei vlakken hectisch. Dus ik ben moe en mag even een week bijkomen. Ga je nog wat leuks doen?,vroegen mijn collega’s. Eh ja op de bank hangen en een boek lezen, was mijn antwoord. Dat zegt wel iets over de mate van vermoeidheid. 

3 jaar geleden stapte ik de zorg weer binnen na een aantal jaar afwezigheid. Deze afwezigheid was geen vrijwillige keuze dus mijn hart maakte een sprongetje toen ik de kans kreeg terug te keren als verpleegkundige. Hoewel het soms heel zwaar kan zijn is dit het mooiste beroep wat ik kan bedenken. 

In plaats van met een boek op de bank hang ik vandaag voor de tv. En zie een aflevering van “Bezieling in de zorg” met daarin een oud-verpleegkundige van 76 die een dag terug de werkvloer op gaat. De verpleegkundige waar ze die dag bij meeloopt hoor ik zeggen: “Je moet, als verpleegkundige, af en toe het lef hebben om tijd te besteden aan de patiënt en de pieper en de administratie even te laten voor wat het is.” 

Oh wat slaat ze hiermee voor mij de spijker op zijn kop. Want ja lef moet je zeker hebben in deze tijd als je de tijd die je hebt aan de patiënt, cliënt of bewoner besteedt. Want er zijn zoveel door de overheid opgelegde regels dat er vaak niet meer gekeken wordt hoe lief, oplettend en zorgzaam je bent maar of de mappen in orde zijn. Gelukkig voor mij heb ik daar in mijn huidige functie niet veel verantwoordelijkheid meer voor maar zie collega’s strubbelen want het is nogal wat om binnen de tijd die een dienst heeft zowel de bewoners goed en liefdevol te verzorgen als ook nog te voldoen aan de administratieve eisen. En oh ja vergeet de pieper of telefoon niet die ook nog de hele dag door gaat. 

De oud-verpleegkundige laat zien dat het contact met de patiënt voor haar het belangrijkst is en toont waarom zij ooit in dit beroep is gaan werken. De liefde voor mensen welke het hart voor de zorg moet zijn. Persoonlijke aandacht welke ervoor zorgt dat de patiënt zich geliefd en mens voelt. 

En dat is de manier waarop ik het wil doen. Als ik naar de reacties kijk van cliënten en bewoners dan denk ik dat ik het best goed doe. In ieder geval doe ik mijn werk echt met liefde. En wat fijn is dat ik heel veel collega’s om me heen heb die dat ook doen. En dat er veel tijd wordt besteed aan aandacht, vrolijkheid en soms zelfs knuffels voor de cliënt. En met die mappen? Gelukkig mogen we elkaar daarbij helpen. En als ik daaraan denk, voel ik me gelijk minder moe. Nog een paar dagen en dan mag ik weer! 

De link naar de aflevering van “Bezieling in de zorg” plaats ik hieronder omdat het mooi is te om te zien dat ondanks alle veranderingen in de zorg het hart voor de zorg nog steeds het allerbelangrijkste is. 

http://www.npo.nl/bezieling-in-de-zorg/01-09-2015/RKK_1673044
  

De kluts kwijt

Gebogen achter haar rollator loopt ze door de gang. Bang, onrustig kijkt ze om haar heen. Jans is haar naam. Ze woont al een tijdje in dit verpleeghuis op de gesloten afdeling wegens dementie. 

Jans kan niet slapen en loopt dan de gang op, op zoek naar een verzorgende die haar kan vertellen dat alles veilig is, het nog geen ochtend is en dat ze nog even mag slapen. Meestal gaat ze dan terug naar haar kamer maar vandaag is het iets anders. 

Ik vertel haar dat het pas half 5 is en echt nog te vroeg om op te staan. Ze leunt tegen de muur en kijkt me verward aan. “Wat moet ik dan?”, vraagt ze me. “Ga nog maar even terug naar bed Jans”, zeg ik tegen haar. Waarop ze reageert met “ik weet het niet meer, ik ben helemaal de kluts kwijt”.

Nou kom op Jans dan gaan we de kluts zoeken, loop maar met me mee. Ze kijkt me aan en ik zie een lach op haar gezicht verschijnen. Maar Jans dan moet je me wel even vertellen hoe een kluts eruit ziet want dat weet ik niet. Lachend antwoord ze dat ze dat ook helemaal niet weet. Tja dat wordt dan moeilijk zoeken. 

Ik zeg dat het net zoiets is als iemand bij de lurven pakken. Want  waar zitten je lurven? Hierop pakt Jans me stevig bij mijn arm en roept: “Die zitten hier hoor die lurven, voel maar “. Lachend lopen we verder naar haar kamer. 

Ze gaat op haar bed liggen en ik dek haar toe. “Nou Jans ga nog maar lekker even slapen dan ga ik even die kluts zoeken die je kwijt was.” Ze kijkt me vragend aan: “Kluts? Hoe ziet zo’n ding er uit?”

“Ik heb geen idee Jans, maar ik vind het vast voor je. Slaap lekker en tot morgen.”