Mevrouw Z zorgt ook voor mij

Mijn avonddienst is net begonnen en na de overdracht loop ik mijn eerste ronde in het verpleeghuis op de somatische afdeling. Als ik de kamer van mw Z inloop begroet ze me met een lach en wijst ze me op een boek op haar nachtkastje. Deze heeft ze net uit en is echt iets voor mij zegt ze. 

Ik pak het boek op, bekijk de omslag en lees de achterkant. Ik maak er uit op dat het een boek is met een beetje absurde humor. Mw Z kent me goed en het gebeurt wel vaker dat ze een boek voor me te leen heeft. Ze heeft het dan eerst zelf met enige moeite gelezen. Een boek vasthouden is best zwaar voor haar maar ze geniet zo van de woorden, zinnen en verhalen dat ze daar alles voor over heeft. 

Ik help haar uit bed met de tillift en breng haar naar het toilet. Daarna kam ik haar haar, doe haar gehoorapparaten in haar oren en poets haar bril schoon. Het is fris dus help ik haar ook nog in een vestje. Allemaal dagelijkse, voor ons normale dingen die mw niet meer zelf kan. Ze is afhankelijk van anderen om dit voor haar te doen. 

Ze is blij met bekende gezichten maar ze treft ook vaak onbekenden, uitzendkrachten, die maar voor 1 dag of avond komen helpen. Mw klaagt hier nooit over maar aan haar blijdschap, als ze een bekend gezicht haar kamer in ziet lopen, merk je hoe belangrijk dat voor haar is. “Fijn dat je er bent, breng jij mij vanavond ook naar bed?” Die bevestiging en zekerheid zou ik haar graag geven maar helaas kan ik dat niet.  

Ik rijd mevrouw in haar rolstoel naar de huiskamer, schenk een kop thee in haar speciale beker en geef haar het boek aan wat ze nu aan het lezen is. Ik beloof haar het boek wat op haar kamer ligt mee te nemen en te lezen. En zoals dat meestal gaat zal ik iedere dag vertellen wat ik heb gelezen en wat ik ervan vond. 

De komende dagen lachen we samen om het boek. Ook als ik “aan de andere kant” werk loop ik even langs. Ze heeft het bij het juiste eind. Het boek is echt wat voor mij. En we herhalen samen de grappen. En als ik haar kamer uitloop dan krijg ik steevast te horen: “Vergeet je niet je snoepje uit de trommel te pakken?” 

Een week later heb ik nachtdienst, het boek heb ik uit en leg het zachtjes terug op haar kamer met een briefje erbij voor haar. Halverwege de nacht is ze wakker, wil nog even weten hoe ik het einde van het boek vond en valt dan met een glimlach in slaap. 

De volgende nacht is mevrouw nog wakker als ik mijn ronde loop. “Doe mijn kastje eens open en kijk even op de onderste plank.” Ik zie daar een klein doosje met mijn naam er op. In het doosje zitten twee bonbons. Mevrouw kijkt me stralend aan vanuit haar bed. Die zijn voor jou gewoon omdat je altijd vrolijk bent en ik blij word als je er bent. 

Emotionele muts als ik ben moet ik even mijn tranen wegslikken. Ik doe “gewoon” mijn werk en deze vrouw is afhankelijk van de hulp van anderen. En toch zorgt ze voor mij. Dit betekent veel meer voor me dat mevrouw ooit heeft kunnen vermoeden. 

Die nacht huppel ik over de gang en wat er ook gebeurt mijn humeur kan echt niet meer stuk. 



Leave a Reply

Fill in your details below or click an icon to log in:

WordPress.com Logo

You are commenting using your WordPress.com account. Log Out /  Change )

Google+ photo

You are commenting using your Google+ account. Log Out /  Change )

Twitter picture

You are commenting using your Twitter account. Log Out /  Change )

Facebook photo

You are commenting using your Facebook account. Log Out /  Change )

Connecting to %s