Oud, versleten maar nog niet op

98 is ze, bijna 100. Ze rekent het nog even voor me uit. In 1917 geboren, wat een leeftijd. Vanuit het bed kijkt ze me aan met mooie helderblauwe ogen en een glimlach om haar mond. 

Terwijl ze mijn hand vasthoudt, vertelt ze me dat ze vorige week nog in de stoel zat bij het raam. Zo kon ze iedereen aan zien komen. Niet dat ze veel bezoek krijgt maar ja dat snapt ze wel. Haar kinderen hebben het druk met eigen kinderen en kleinkinderen. En ja de kinderen zijn natuurlijk ook al oud. De oudste is 78. 

Vol bewondering kijk ik naar haar. Wat is deze vrouw oud, zelfs haar kinderen zijn bejaard en de kleinkinderen van middelbare leeftijd. En nog zo “bij de tijd”. De krant ligt naast haar bed, duidelijk helemaal gelezen gisteren. Op tafel ligt het boek “De 100-jarige man die uit het raam klom en verdween”. Zou ze zich er in hebben herkend? 

Ik vraag het haar niet maar kijk naar haar. Ze is zo moe maar slapen lukte niet vannacht. Hoe laat is het? Bijna 6 uur antwoord ik. Ze zucht en kijkt me lang aan. Ik wrijf over haar arm en besluit nog heel even te blijven. Mevrouw  houdt heel stevig mijn hand vast. Het is me duidelijk dat ze het fijn vindt dat ik er ben. En ik heb wel even tijd, iets wat er helaas in de zorg niet vaak meer is. 

Hoe lang duurt het nog, vraagt ze mij. Oh nog een uurtje, zeg ik, er heilig van overtuigd dat mevrouw bedoelt wanneer de dagzorg komt. Ik zie een brede lach op haar vermoeide gezicht en haar ogen twinkelen. Ach meisje je bent nog zo jong, dit begrijp je vast niet maar ik bedoelde het anders. 

Ik ben oud, versleten maar blijkbaar nog niet helemaal op en ik vraag me iedere dag af hoe lang het nog duurt voor ze me komen halen. Ineens drinkt het tot me door wat mevrouw bedoelde. Hoe lang duurt het nog, hoe lang moet of mag ze nog leven. 

Mevrouw dat is de moeilijkste vraag die u me kunt stellen en tegelijk een hele mooie. Zoals u omschrijft dat het op is omdat op de stoel zitten niet meer lukt, dat de wereld dan zo klein geworden is als de afmeting van het bed. Ik snap ineens dat het leven opeens echt geleefd kan zijn. 

Wat een vertrouwen heeft deze vrouw in mij dat ze me die vraag durft te stellen. Ik antwoord dat ik dat echt niet weet maar dat ik hoop dat het voor haar komt op het moment dat ze dat wenst. We hebben het niet voor het zeggen. En op die laatste zin antwoord ze met “gelukkig maar”. Niet alles weten is een groot goed. 

Ik knik en strijk haar haren uit haar gezicht. Ik voel tranen prikken in mijn ogen. En ik voel dat ze me even in mijn hand knijpt. Ga jij nu maar slapen meisje, fijn dat je er even was. Ik wens mevrouw een prettige dag, leg haar kussens nog even goed en ga de kamer uit. 

Wat een mooi beroep heb ik toch om zo dicht bij mensen te mogen staan. En ondanks het zware onderwerp ga ik blij naar huis. 





One thought on “Oud, versleten maar nog niet op

Leave a Reply

Fill in your details below or click an icon to log in:

WordPress.com Logo

You are commenting using your WordPress.com account. Log Out /  Change )

Google+ photo

You are commenting using your Google+ account. Log Out /  Change )

Twitter picture

You are commenting using your Twitter account. Log Out /  Change )

Facebook photo

You are commenting using your Facebook account. Log Out /  Change )

Connecting to %s